Inhoud
Artikel 4 Anti-dubbeltelbepaling
Artikel 6 Algemene afwijkingsregels
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
In deze regels wordt verstaan onder:
het
bestemmingsplan ‘Heusden Behelp 13 (Camping De Peel)
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0743.BP02011002-VS01 met de bijbehorende regels.
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
een uitbreiding van het hoofdgebouw, die wat afmetingen betreft ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en in functioneel opzicht geen deel uitmaakt van het hoofdgebouw zoals garages, hobbyruimten, schuurtjes, huishoudelijke berg- en werkruimten en tuinhuisjes.
de uitoefening van een beroep aan huis op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen terrein, waarbij er geen sprake is van een verkeersaantrekkende werking en de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt; kappers, schoonheidsspecialisten vallen vanwege de verkeersaantrekkende werking niet onder het begrip aan huis verbonden beroep.
een bijgebouw bij een woning, dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met die woning en waar een gedeelte van de huishouding, zoals gehuisvest in die woning, uit een oogpunt van mantelzorg is ondergebracht.
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten.
een woning, in of bij een gebouw of op een terrein, bedoeld voor (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bestemming noodzakelijk moet worden geacht.
bebouwing, zoals die bestaat, of rechtens mag bestaan, op het tijdstip van terinzage-legging van het ontwerpplan.
het gebruik van grond en opstallen, zoals dat bestaat op het tijdstip dat het plan of planonderdeel rechtskracht heeft gekregen.
de grens van een bestemmingsvlak.
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
gebouw, dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op het zelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw.
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
de grens van een bouwvlak.
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolgde de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
de grens van een bouwperceel.
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct hetzij indirect steun vindt in of op de grond.
voorzieningen ten behoeve van het recreatieterrein als geheel, zoals een ontvangstkantoor en sanitaire voorzieningen.
activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting niet is toegestaan; huifkarren worden hier mede onder begrepen.
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan degene die deze goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge artikel 2.1 lid 1 onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een omgevingsvergunning voor het bouwen vereist is; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
standplaats voor één of een aantal bij elkaar behorende kampeermiddelen.
terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief verblijf.
de verzameling van landschappelijke beplantingen en natuurelementen.
een sportactiviteit waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd dat zodanig is dat het omgevingslawaai wordt overschreden, waaronder in ieder geval begrepen de rallysport, motorsport, (model)vliegsport; de jachtsport wordt hier niet onder begrepen.
een eenvoudig gebouw met een beperkte inhoud en oppervlakte bestemd voor recreatief nachtverblijf voor personen die hun hoofdverblijf elders hebben.
het anders dan bedrijfsmatig bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociaal vlak.
een vergunning voor het uitvoeren van een project dat invloed heeft op de fysieke leefomgeving, op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met dit plan met toepassing van de in dit plan opgenomen regels inzake afwijking, op grond van artikel 2.1 lid 1 onder c jo. artikel 2.12 lid 1 sub a onder 1 van de Wabo.
omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, op grond van artikel 2.1 lid 1 onder a van de Wabo.
omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, op grond van artikel 2.1 lid 1 onder b van de Wabo.
een horecavoorziening binnen een bestemming waarvan de functie een andere dan horeca is maar waar men uitsluitend ten behoeve van de hoofdfunctie een ruimte specifiek heeft ingericht voor de consumptie van drank en etenswaren.
een dakconstructie vrijstaand zonder wanden dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen, die niet wordt aangemerkt als een gebouw.
een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof hij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
Onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan: seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub en (raam) prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.
een kampeermiddel voorzien van (een) as/wielstelsel(s), dat mede gelet op de afmeting en vorm kennelijk niet bestemd is om (in z´n geheel) regelmatig en op een normale wijze op de verkeerswegen ook voor grotere afstanden als een aanhangsel van een motorvoertuig te worden voortbewogen en dat als bouwwerk dient te worden aangemerkt.
recreatie in ruimten welke zijn bestemd of opgericht voor recreatief nachtverblijf, zoals een recreatiewoning, groepsaccommodatie/logeergebouw, pension, bed & breakfast, kampeermiddel of trekkershut door personen die hun hoofdwoonverblijf elders hebben.
de voor het publiek zichtbare en toegankelijke winkelruimte ten behoeve van de detailhandel.
de denkbeeldige lijn, evenwijdig aan de as van de weg waaraan gebouwd wordt, op een afstand van de weg die:
— gelijk is aan de in de regels voorgeschreven afstand van gebouwen uit de as van de weg op het betreffende bouwperceel;
— gelijk is aan de afstand van bestaande gebouwen tot de as van de weg op het betreffende bouwperceel, indien die afstand kleiner is dan de in de regels voorgeschreven afstand.
één complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, waaronder tevens begrepen gezinsvervangende woonvormen.
doeleinden die het waterhuishoudingsbelang dienen, zoals watergangen, waterstaatkundige kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang e.d.
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk.
de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen.
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
a voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang;
b in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.
Bij
toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte
bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen,
ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en
overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer
dan
De voor ‘Recreatie’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a een camping met bijbehorende bouwwerken en voorzieningen;
b kampeerplaatsen;
c lodges;
d stacaravans;
e indoor speelboerderij;
f één bedrijfswoning;
g (centrale) recreatieve voorzieningen;
h detailhandel, uitsluitend in ondergeschikte vorm en dienstbaar aan de ter plaatse toegestane recreatieve voorzieningen;
i horeca, uitsluitend in ondergeschikte vorm en dienstbaar aan de ter plaatse toegestane recreatieve voorzieningen;
j waterhuishoudkundige doeleinden;
k bescherming en behoud van landschapselementen, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – landschapselement’;
l bescherming en behoud van bestaande bosschages en houtopstanden.
Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken ten behoeve van de in 3.1 toegestane activiteiten, met inbegrip van één bedrijfswoning met bijbehorende bijgebouwen per bestemmingsvlak.
a Gebouwen mogen uitsluitend worden opgericht binnen het bouwvlak, met uitzondering van de receptie, een zwembad en stacaravans.
b Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – landschapselement’ mag geen bebouwing worden opgericht.
De totale
bebouwde oppervlakte aan gebouwen, exclusief bedrijfswoning en bijbehorende
bijgebouwen, mag niet meer bedragen dan
De maatvoering van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is als volgt:
|
Bouwwerken algemeen |
Minimaal |
Maximaal |
|
Afstand tot de perceelsgrens |
|
n.v.t. |
|
Afstand tot de as van de weg |
|
n.v.t. |
|
Bedrijfswoning |
Minimaal |
Maximaal |
|
Goothoogte |
n.v.t. |
|
|
Bouwhoogte |
n.v.t. |
|
|
Inhoud |
n.v.t. |
|
|
Afstand van de voorgevel van de bedrijfswoning tot de as van de weg |
n.v.t. |
|
|
Vrijstaande bijgebouwen bij
bedrijfswoning |
Minimaal |
Maximaal |
|
Goothoogte |
n.v.t. |
|
|
Bouwhoogte |
n.v.t. |
|
|
Afstand tot voorgevel (en het verlengde daarvan) van bedrijfswoning |
|
n.v.t. |
|
Gezamenlijke oppervlakte |
n.v.t. |
|
|
Afstand bijgebouwen tot bedrijfswoning |
|
|
|
Bedrijfsgebouwen |
Minimaal |
Maximaal |
|
Goothoogte |
n.v.t. |
|
|
Bouwhoogte |
n.v.t. |
|
|
Recreatieruimte |
n.v.t. |
|
|
Speelboerderij/horecaplein |
n.v.t. |
|
|
Materialenloods |
n.v.t. |
|
|
Receptie |
n.v.t. |
|
|
Lodges/ stacaravans |
Minimaal |
Maximaal |
|
Aantal |
n.v.t. |
15 |
|
Bouwhoogte lodges |
n.v.t. |
|
|
Oppervlakte per lodge |
n.v.t. |
|
|
Bouwhoogte stacaravans |
n.v.t. |
|
|
Oppervlakte per stacaravan |
n.v.t. |
|
|
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde |
Maximaal |
|
Bouwhoogte van erfafscheidingen |
Voor voorgevelrooilijn: Overige: |
|
Bouwhoogte van carports c.q. overkappingen |
|
|
Oppervlakte van een carport c.q. overkapping |
|
|
Bouwhoogte van lichtmasten |
|
|
Bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde |
|
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 3.2.4, teneinde de voorgeschreven minimum afstand van bebouwing tot de weg en/of de voorgeschreven minimum afstand tot een perceelsgrens te verkleinen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
a De noodzaak vanuit een doelmatige bedrijfsvoering (voor zover het een recreatiebedrijf betreft) en/of een doelmatige perceelsinrichting en/of de uitbreiding van of aansluiting op aanwezige bebouwing met een reeds op deze punten afwijkende maatvoering, moet aanwezig zijn.
b Er mogen geen onevenredige verkeerskundige belemmeringen plaatsvinden.
c Er dient voldoende parkeerruimte op het eigen erf aanwezig te blijven.
d De wegbeheerder dient te worden gehoord.
e De stedenbouwkundige structuur mag niet onevenredig worden aangetast.
f Aangetoond dient te worden dat de externe veiligheid kan worden gewaarborgd.
g De omgevingsvergunning mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 3.1 omschreven doeleinden.
h Indien het een woning of ander geluidgevoelig object betreft, moet voldaan worden aan de Wet geluidhinder.
In ieder geval geldt als strijdig met de bestemming gebruik van gronden en opstallen:
a voor het opslaan, storten of bergen van materialen, voorwerpen en producten, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
b voor woondoeleinden, met uitzondering van de toegestane bedrijfswoning;
c voor permanente bewoning van kampeermiddelen, met inbegrip van stacaravans en appartementen;
d voor lawaaisporten;
e voor militaire oefeningen;
f voor detailhandel, behoudens voor zover toegestaan ingevolge het bepaalde in 3.1;
g (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte;
h voor een seksinrichting.
Voor zover ingevolge deze regels een bedrijfswoning is toegestaan, mag ter plaatse ook een aan huis verbonden beroep worden uitgeoefend. De uitoefening van een aan huis verbonden beroep is toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn:
a
De omvang van de activiteit mag niet meer
bedragen dan 40% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woonbebouwing tot
een maximum van
b Het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer.
c Parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden.
d Detailhandel mag alleen plaatsvinden ondergeschikt aan en in direct verband met het aan huis verbonden beroep.
e De activiteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn in de woonomgeving.
f De activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner.
Voor het gebruik ten behoeve van recreatieve voorzieningen binnen de toegestane bebouwing gelden de volgende bepalingen:
a Het gebruik conform de bestemming, met uitzondering van de bedrijfswoning, is alleen toegestaan indien de gronden landschappelijk zijn ingepast door de landschapselementen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – landschapselement’.
b Het maximum aantal kampeerplaatsen en de maximale vloeroppervlakte aan horeca en detailhandel mag niet meer bedragen dan:
|
Functie |
Maximum aantal |
Maximale oppervlakte |
|
Horeca |
n.v.t. |
|
|
Detailhandel |
n.v.t. |
|
|
Kampeerplaatsen |
60 |
n.v.t. |
a Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 3.4.1 onder g, en toestaan dat een bijgebouw bij een woning wordt gebruikt als afhankelijke woonruimte, mits:
1 een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit een oogpunt van mantelzorg;
2 het gebruik als afhankelijke woonruimte uitsluitend plaatsvindt in een deel van het hoofdgebouw, of in een vrijstaand dan wel een aangebouwd bijgebouw;
3
de oppervlakte die wordt gebruikt als
afhankelijke woonruimte, niet meer bedraagt dan de maximaal toegestane
gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen tot een maximum van
4 de omgevingsvergunning mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 3.1 omschreven doeleinden.
b Het bevoegd gezag kan een verleende omgevingsvergunning voor het gebruik van een bijgebouw als afhankelijke woonruimte in te trekken, indien niet (meer) wordt voldaan aan bovenstaande voorwaarden.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Voor het ondergronds bouwen gelden de volgende bepalingen:
a
Ondergronds bouwen (kelders) is uitsluitend
toegestaan, daar waar bovengronds gebouwen zijn/worden gebouwd, dan wel maximaal
b Ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in één bouwlaag ondergronds.
Het bevoegd gezag kan, voor zover niet reeds op grond van een andere bepaling kan worden afgeweken, een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de in het plan opgenomen maatvoering- en situeringseisen ten aanzien van bebouwing, met dien verstande dat maximaal 10% van de in de regels vastgelegde maatvoerings- en situeringseisen mag worden afgeweken, mits deze afwijking noodzakelijk is functioneel of uit architectonisch oogpunt en mits het landelijk karakter van het gebied, alsmede binnen de bestemming opgenomen waarden niet onevenredig wordt aangetast.
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het plan teneinde binnen de bestemming ‘recreatie’ het tijdelijk gebruik van gronden voor evenementen toe te kunnen staan. Hiertoe dient aan het volgende te worden voldaan:
a Het evenement mag niet plaatsvinden op gronden gelegen binnen de GHS.
b Er dient sprake te zijn van een evenement in de vorm van een voor publiek toegankelijke uitvoering/verrichting van vermaak, op het gebied van sport, muziek, of op sociaal-cultureel vlak; en/of aan een dergelijk evenement gerelateerde kampeervoorzieningen.
c Het evenement duurt maximaal 3 (aaneengesloten) dagen en mag maximaal 2x per jaar plaatsvinden.
d Detailhandel is niet toegestaan, behoudens detailhandel ten dienste van en ondergeschikt aan het evenement.
e Er dienen voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein te worden gerealiseerd.
f De aan te brengen voorzieningen dienen tijdelijk te zijn; dit betekent dat het houden van een evenement niet mag leiden tot blijvende/onomkeerbare voorzieningen/ingrepen.
g Er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de binnen het gebied aanwezige waarden.
Het bevoegd gezag kan, voor zover niet reeds op grond van
een andere bepaling kan worden afgeweken, een omgevingsvergunning verlenen voor
het afwijken van het plan voor het bouwen van niet voor bewoning bestemde
gebouwtjes van openbaar nut, zoals telefooncellen, wachthuisjes,
gasreduceerstations en schakelstations mits de inhoud niet meer dan
Het bevoegd gezag kan, voor zover niet reeds op grond van een andere bepaling kan worden afgeweken, een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het plan teneinde aan het buitengebied gebonden bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toe te kunnen staan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:
a De bouwwerken zijn door hun aard gebonden aan een specifieke plaatsing in het buitengebied.
b De bouwwerken hebben een specifiek op agrarisch gebruik, recreatie of natuur gericht karakter (bijvoorbeeld ooievaarsnesten, hooimijten).
c
De bouwwerken dienen binnen een afstand van
maximaal
d Er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de binnen het gebied aanwezige waarden.
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor
het afwijken van het plan voor het bouwen van zendmasten, zoals antennemasten
voor mobiele telefonie, met een hoogte van maximaal
a Door de aanvrager wordt aangetoond dat de antenne-installatie op de gekozen locatie onmisbaar is voor de realisering van een adequaat netwerk.
b De mogelijkheden van site-sharing van de te plaatsen antenne-installaties dienen voldoende te worden gewaarborgd.
c Er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; daartoe dient een erfbeplantingsplan te worden overlegd.
d De gebruiksmogelijkheden van de omliggende percelen mogen niet onevenredig worden aangetast.
e Het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast.
f De ter plaatse aanwezige cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden mogen niet onevenredig worden aangetast.
g Uit oogpunt van verkeersveiligheid bestaat geen bezwaar tegen de desbetreffende locatie.
h De mast dient rechtstreeks op een bestaande weg/bestaand pad aan te sluiten, tenzij zulks redelijkerwijs niet kan worden gevergd.
i
De bebouwde oppervlakte van de bij de mast
behorende apparatuur bedraagt maximaal
j
De hoogte van de bij de mast behorende
apparatuurkast bedraagt maximaal
Een woning binnen het bestemmingsvlak ten behoeve van een (agrarisch of ander) bedrijf of functie wordt blijvend aangemerkt als bedrijfswoning bij dat bedrijf of die functie, ongeacht het feit of deze op andere wijze (als burgerwoning) wordt bewoond en/of (economisch/juridisch) in andere handen is overgegaan.
a Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
1 gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
2 na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
b Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%.
c Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
a Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
b Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
c Indien het gebruik, bedoeld onder a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
d Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Deze regels worden aangehaald als:
Regels van het bestemmingsplan ‘Heusden behelp 13 (Camping De
Peel)
Rosmalen, 10 april 2012