Inhoud

Hoofdstuk 1      Inleidende regels  1

Artikel 1      Begrippen  1

Artikel 2      Wijze van meten  6

Hoofdstuk 2      Bestemmingsregels  7

Artikel 3      Recreatie  7

Hoofdstuk 3      Algemene regels  13

Artikel 4      Anti-dubbeltelbepaling  13

Artikel 5      Algemene bouwregels  13

Artikel 6      Algemene afwijkingsregels  13

Artikel 7      Overige regels  15

Hoofdstuk 4      Overgangs- en slotregels  17

Artikel 8      Overgangsrecht 17

Artikel 9      Slotregel 18



Hoofdstuk 1              Inleidende regels

Artikel 1                   Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder:

 

plan:

het bestemmingsplan ‘Heusden Behelp 13 (Camping De Peel) 2011’ van de gemeente Asten.

 

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0743.BP02011002-VS01 met de bijbehorende regels.

 

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

 

aangebouwd bijgebouw:

een uitbreiding van het hoofdgebouw, die wat afmetingen betreft ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en in functioneel opzicht geen deel uitmaakt van het hoofdgebouw zoals garages, hobbyruimten, schuurtjes, huishoudelijke berg- en werkruimten en tuinhuisjes.

 

aan huis verbonden beroep:

de uitoefening van een beroep aan huis op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen terrein, waarbij er geen sprake is van een verkeersaantrekkende werking en de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt; kappers, schoonheidsspecialisten vallen vanwege de verkeersaantrekkende werking niet onder het begrip aan huis verbonden beroep.

 

afhankelijke woonruimte:

een bijgebouw bij een woning, dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met die woning en waar een gedeelte van de huishouding, zoals gehuisvest in die woning, uit een oogpunt van mantelzorg is ondergebracht.

 

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

 

bedrijfsgebouw:

een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten.

 


bedrijfswoning:

een woning, in of bij een gebouw of op een terrein, bedoeld voor (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bestemming noodzakelijk moet worden geacht.

 

bestaande bebouwing:

bebouwing, zoals die bestaat, of rechtens mag bestaan, op het tijdstip van terinzage-legging van het ontwerpplan.

 

bestaand gebruik:

het gebruik van grond en opstallen, zoals dat bestaat op het tijdstip dat het plan of planonderdeel rechtskracht heeft gekregen.

 

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak.

 

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

 

bijgebouw:

gebouw, dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op het zelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw.

 

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

 

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak.

 
bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolgde de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

 

bouwperceelgrens:

de grens van een bouwperceel.

 

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

 


bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct hetzij indirect steun vindt in of op de grond.

 

centrale recreatieve voorzieningen:

voorzieningen ten behoeve van het recreatieterrein als geheel, zoals een ontvangstkantoor en sanitaire voorzieningen.

 

dagrecreatie:

activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting niet is toegestaan; huifkarren worden hier mede onder begrepen.

 

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan degene die deze goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

 

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

 

kampeermiddel:

tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge artikel 2.1 lid 1 onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een omgevingsvergunning voor het bouwen vereist is; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

 

kampeerplaats:

standplaats voor één of een aantal bij elkaar behorende kampeermiddelen.

 

kampeerterrein:

terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief verblijf.


landschapselementen:

de verzameling van landschappelijke beplantingen en natuurelementen.

 
lawaaisport:

een sportactiviteit waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd dat zodanig is dat het omgevingslawaai wordt overschreden, waaronder in ieder geval begrepen de rallysport, motorsport, (model)vliegsport; de jachtsport wordt hier niet onder begrepen.

 

lodge:

een eenvoudig gebouw met een beperkte inhoud en oppervlakte bestemd voor recreatief nachtverblijf voor personen die hun hoofdverblijf elders hebben.

 

mantelzorg:

het anders dan bedrijfsmatig bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociaal vlak.

 

omgevingsvergunning:

een vergunning voor het uitvoeren van een project dat invloed heeft op de fysieke leefomgeving, op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

 

omgevingsvergunning voor het afwijken:

omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met dit plan met toepassing van de in dit plan opgenomen regels inzake afwijking, op grond van artikel 2.1 lid 1 onder c jo. artikel 2.12 lid 1 sub a onder 1 van de Wabo.

 

omgevingsvergunning voor het bouwen:

omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, op grond van artikel 2.1 lid 1 onder a van de Wabo.

 

omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden:

omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, op grond van artikel 2.1 lid 1 onder b van de Wabo.

 

ondersteunende horeca:

een horecavoorziening binnen een bestemming waarvan de functie een andere dan horeca is maar waar men uitsluitend ten behoeve van de hoofdfunctie een ruimte specifiek heeft ingericht voor de consumptie van drank en etenswaren.

 

overkapping/carport:

een dakconstructie vrijstaand zonder wanden dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen, die niet wordt aangemerkt als een gebouw.

 

seksinrichting

een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof hij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.

Onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan: seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub en (raam) prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.

 
stacaravan:

een kampeermiddel voorzien van (een) as/wielstelsel(s), dat mede gelet op de afmeting  en vorm kennelijk niet bestemd is om (in z´n geheel) regelmatig en op een normale wijze op de verkeerswegen ook voor grotere afstanden als een aanhangsel van een  motorvoertuig te worden voortbewogen en dat als bouwwerk dient te worden aangemerkt.

 

verblijfsrecreatie:

recreatie in ruimten welke zijn bestemd of opgericht voor recreatief nachtverblijf, zoals een recreatiewoning, groepsaccommodatie/logeergebouw, pension, bed & breakfast, kampeermiddel of trekkershut door personen die hun hoofdwoonverblijf elders hebben.

 

verkoopvloeroppervlak:

de voor het publiek zichtbare en toegankelijke winkelruimte ten behoeve van de detailhandel.

 

voorgevelrooilijn:

de denkbeeldige lijn, evenwijdig aan de as van de weg waaraan gebouwd wordt, op een afstand van de weg die:

     gelijk is aan de in de regels voorgeschreven afstand van gebouwen uit de as van de weg op het betreffende bouwperceel;

     gelijk is aan de afstand van bestaande gebouwen tot de as van de weg op het betreffende bouwperceel, indien die afstand kleiner is dan de in de regels voorgeschreven afstand.

 

woning/wooneenheid:

één complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, waaronder tevens begrepen gezinsvervangende woonvormen.

 

waterhuishoudkundige doeleinden:

doeleinden die het waterhuishoudingsbelang dienen, zoals watergangen, waterstaatkundige kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang e.d.


Artikel 2                   Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

 

afstand tot de zijdelingse perceelsgrens:

de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk.

 

bebouwd(e) oppervlak(te) van een bouwperceel:

de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen.

 

goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

 

bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

 
inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

 

oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

 

peil:

a      voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang;

b      in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.

 

Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt.

 

 

Hoofdstuk 2              Bestemmingsregels

Artikel 3                   Recreatie

3.1          Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Recreatie’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a      een camping met bijbehorende bouwwerken en voorzieningen;

b      kampeerplaatsen;

c       lodges;

d      stacaravans;

e      indoor speelboerderij;

f        één bedrijfswoning;

g       (centrale) recreatieve voorzieningen;

h      detailhandel, uitsluitend in ondergeschikte vorm en dienstbaar aan de ter plaatse toegestane recreatieve voorzieningen;

i        horeca, uitsluitend in ondergeschikte vorm en dienstbaar aan de ter plaatse toegestane recreatieve voorzieningen;

j        waterhuishoudkundige doeleinden;

k      bescherming en behoud van landschapselementen, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – landschapselement’;

l        bescherming en behoud van bestaande bosschages en houtopstanden.

 

3.2          Bouwregels

 

3.2.1      Toegestane bebouwing

Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken ten behoeve van de in 3.1 toegestane activiteiten, met inbegrip van één bedrijfswoning met bijbehorende bijgebouwen per bestemmingsvlak.

 

3.2.2      Situering bebouwing

a      Gebouwen mogen uitsluitend worden opgericht binnen het bouwvlak, met uitzondering van de receptie, een zwembad en stacaravans.

b      Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – landschapselement’ mag geen bebouwing worden opgericht.

 

3.2.3      Bebouwde oppervlakte

De totale bebouwde oppervlakte aan gebouwen, exclusief bedrijfswoning en bijbehorende bijgebouwen, mag niet meer bedragen dan 2.175 m².

 


3.2.4      Maatvoering bebouwing

De maatvoering van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is als volgt:

 

Bouwwerken algemeen

Minimaal

Maximaal

Afstand tot de perceelsgrens

3 m

n.v.t.

Afstand tot de as van de weg

15 m

n.v.t.

 

Bedrijfswoning

Minimaal

Maximaal

Goothoogte

n.v.t.

5,5 m

Bouwhoogte

n.v.t.

10 m

Inhoud

n.v.t.

750 m³ inclusief aangebouwde bijgebouwen, tenzij de bestaande inhoud van de bestaande bedrijfswoning reeds meer bedraagt, welke inhoud dan als maximum geldt

Afstand van de voorgevel van de bedrijfswoning tot de as van de weg

n.v.t.

30 m

 

Vrijstaande bijgebouwen bij bedrijfswoning

Minimaal

Maximaal

Goothoogte

n.v.t.

3 m

Bouwhoogte

n.v.t.

5,5 m

Afstand tot voorgevel (en het verlengde daarvan) van bedrijfswoning

5 m

n.v.t.

Gezamenlijke oppervlakte

n.v.t.

80 m²

Afstand bijgebouwen tot bedrijfswoning

1,5 m

25 m

 

Bedrijfsgebouwen

Minimaal

Maximaal

Goothoogte

n.v.t.

5 m

Bouwhoogte

n.v.t.

7 m

Recreatieruimte

n.v.t.

322 m2

Speelboerderij/horecaplein

n.v.t.

900 m2

Materialenloods

n.v.t.

402,50 m2

Receptie

n.v.t.

30 m²

 

Lodges/ stacaravans

Minimaal

Maximaal

Aantal

n.v.t.

15

Bouwhoogte lodges

n.v.t.

6 m

Oppervlakte per lodge

n.v.t.

27 m²

 

Bouwhoogte stacaravans

n.v.t.

4 m

Oppervlakte per stacaravan

n.v.t.

50 m²

 

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Maximaal

Bouwhoogte van erfafscheidingen

Voor voorgevelrooilijn: 1 m

Overige: 2 m

Bouwhoogte van carports c.q. overkappingen

3 m

Oppervlakte van een carport c.q. overkapping

20 m²

Bouwhoogte van lichtmasten

9 m

Bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

6 m

 

 

3.3          Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 3.2.4, teneinde de voorgeschreven minimum afstand van bebouwing tot de weg en/of de voorgeschreven minimum afstand tot een perceelsgrens te verkleinen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

a      De noodzaak vanuit een doelmatige bedrijfsvoering (voor zover het een recreatiebedrijf betreft) en/of een doelmatige perceelsinrichting en/of de uitbreiding van of aansluiting op aanwezige bebouwing met een reeds op deze punten afwijkende maatvoering, moet aanwezig zijn.

b      Er mogen geen onevenredige verkeerskundige belemmeringen plaatsvinden.

c       Er dient voldoende parkeerruimte op het eigen erf aanwezig te blijven.

d      De wegbeheerder dient te worden gehoord.

e      De stedenbouwkundige structuur mag niet onevenredig worden aangetast.

f        Aangetoond dient te worden dat de externe veiligheid kan worden gewaarborgd.

g       De omgevingsvergunning mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 3.1 omschreven doeleinden.

h      Indien het een woning of ander geluidgevoelig object betreft, moet voldaan worden aan de Wet geluidhinder.

 

 

3.4          Specifieke gebruiksregels

 

3.4.1      Strijdig gebruik

In ieder geval geldt als strijdig met de bestemming gebruik van gronden en opstallen:

a      voor het opslaan, storten of bergen van materialen, voorwerpen en producten, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;

b      voor woondoeleinden, met uitzondering van de toegestane bedrijfswoning;

c       voor permanente bewoning van kampeermiddelen, met inbegrip van stacaravans en appartementen;

d      voor lawaaisporten;

e      voor militaire oefeningen;

f        voor detailhandel, behoudens voor zover toegestaan ingevolge het bepaalde in 3.1;

g       (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte;

h      voor een seksinrichting.

 

3.4.2      Aan huis verbonden beroep

Voor zover ingevolge deze regels een bedrijfswoning is toegestaan, mag ter plaatse ook een aan huis verbonden beroep worden uitgeoefend. De uitoefening van een aan huis verbonden beroep is toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn:

a      De omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 40% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woonbebouwing tot een maximum van 80 m².

b      Het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer.

c       Parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden.

d      Detailhandel mag alleen plaatsvinden ondergeschikt aan en in direct verband met het aan huis verbonden beroep.

e      De activiteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn in de woonomgeving.

f        De activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner.

 

3.4.3      Gebruik recreatieve voorzieningen

Voor het gebruik ten behoeve van recreatieve voorzieningen binnen de toegestane bebouwing gelden de volgende bepalingen:

a      Het gebruik conform de bestemming, met uitzondering van de bedrijfswoning, is alleen toegestaan indien de gronden landschappelijk zijn ingepast door de landschapselementen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – landschapselement’.

b      Het maximum aantal kampeerplaatsen en de maximale vloeroppervlakte aan horeca en detailhandel mag niet meer bedragen dan:

 

Functie

Maximum aantal

Maximale oppervlakte

Horeca

n.v.t.

590 m²

Detailhandel

n.v.t.

100 m²

Kampeerplaatsen

60

n.v.t.

 


3.5          Afwijken van de gebruiksregels

 

3.5.1      Afhankelijke woonruimte

a      Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 3.4.1 onder g, en toestaan dat een bijgebouw bij een woning wordt gebruikt als afhankelijke woonruimte, mits:

1      een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit een oogpunt van mantelzorg;

2      het gebruik als afhankelijke woonruimte uitsluitend plaatsvindt in een deel van het hoofdgebouw, of in een vrijstaand dan wel een aangebouwd bijgebouw;

3      de oppervlakte die wordt gebruikt als afhankelijke woonruimte, niet meer bedraagt dan de maximaal toegestane gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen tot een maximum van 80 m²;

4      de omgevingsvergunning mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 3.1 omschreven doeleinden.

b      Het bevoegd gezag kan een verleende omgevingsvergunning voor het gebruik van een bijgebouw als afhankelijke woonruimte in te trekken, indien niet (meer) wordt voldaan aan bovenstaande voorwaarden.

 

 

 

 


Hoofdstuk 3              Algemene regels

Artikel 4                   Anti-dubbeltelbepaling

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

 

 

Artikel 5                   Algemene bouwregels

5.1          Ondergronds bouwen

Voor het ondergronds bouwen gelden de volgende bepalingen:

a      Ondergronds bouwen (kelders) is uitsluitend toegestaan, daar waar bovengronds gebouwen zijn/worden gebouwd, dan wel maximaal 1 m buiten deze gebouwen.

b      Ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in één bouwlaag ondergronds.

 

 

Artikel 6                   Algemene afwijkingsregels

6.1          Algemene afwijking maatvoering en situering

Het bevoegd gezag kan, voor zover niet reeds op grond van een andere bepaling kan worden afgeweken, een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de in het plan opgenomen maatvoering- en situeringseisen ten aanzien van bebouwing, met dien verstande dat maximaal 10% van de in de regels vastgelegde maatvoerings- en situeringseisen mag worden afgeweken, mits deze afwijking noodzakelijk is functioneel of uit architectonisch oogpunt en mits het landelijk karakter van het gebied, alsmede binnen de bestemming opgenomen waarden niet onevenredig wordt aangetast.

 

6.2          Evenementen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het plan teneinde binnen de bestemming ‘recreatie’ het tijdelijk gebruik van gronden voor evenementen toe te kunnen staan. Hiertoe dient aan het volgende te worden voldaan:

a      Het evenement mag niet plaatsvinden op gronden gelegen binnen de GHS.

b      Er dient sprake te zijn van een evenement in de vorm van een voor publiek toegankelijke uitvoering/verrichting van vermaak, op het gebied van sport, muziek, of op sociaal-cultureel vlak; en/of aan een dergelijk evenement gerelateerde kampeervoorzieningen.

c       Het evenement duurt maximaal 3 (aaneengesloten) dagen en mag maximaal 2x per jaar plaatsvinden.

d      Detailhandel is niet toegestaan, behoudens detailhandel ten dienste van en ondergeschikt aan het evenement.

e      Er dienen voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein te worden gerealiseerd.

f        De aan te brengen voorzieningen dienen tijdelijk te zijn; dit betekent dat het houden van een evenement niet mag leiden tot blijvende/onomkeerbare voorzieningen/ingrepen.

g       Er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de binnen het gebied aanwezige waarden.

 

6.3          Gebouwen voor openbaar nut

Het bevoegd gezag kan, voor zover niet reeds op grond van een andere bepaling kan worden afgeweken, een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het plan voor het bouwen van niet voor bewoning bestemde gebouwtjes van openbaar nut, zoals telefooncellen, wachthuisjes, gasreduceerstations en schakelstations mits de inhoud niet meer dan 50 m³ de goothoogte niet meer dan 3 m bedraagt.

 

6.4          Aan het buitengebied gebonden bouwwerken

Het bevoegd gezag kan, voor zover niet reeds op grond van een andere bepaling kan worden afgeweken, een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het plan teneinde aan het buitengebied gebonden bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toe te kunnen staan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:

a      De bouwwerken zijn door hun aard gebonden aan een specifieke plaatsing in het buitengebied.

b      De bouwwerken hebben een specifiek op agrarisch gebruik, recreatie of natuur gericht karakter (bijvoorbeeld ooievaarsnesten, hooimijten).

c       De bouwwerken dienen binnen een afstand van maximaal 50 m van een bestaand bestemmingsvlak dan wel aangeduid agrarisch bouwblok, te worden gesitueerd.

d      Er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de binnen het gebied aanwezige waarden.

 

6.5          Zendmasten

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het plan voor het bouwen van zendmasten, zoals antennemasten voor mobiele telefonie, met een hoogte van maximaal 40 m, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

a      Door de aanvrager wordt aangetoond dat de antenne-installatie op de gekozen locatie onmisbaar is voor de realisering van een adequaat netwerk.

b      De mogelijkheden van site-sharing van de te plaatsen antenne-installaties dienen voldoende te worden gewaarborgd.

c       Er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; daartoe dient een erfbeplantingsplan te worden overlegd.

d      De gebruiksmogelijkheden van de omliggende percelen mogen niet onevenredig worden aangetast.

e      Het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast.

f        De ter plaatse aanwezige cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden mogen niet onevenredig worden aangetast.

g       Uit oogpunt van verkeersveiligheid bestaat geen bezwaar tegen de desbetreffende locatie.

h      De mast dient rechtstreeks op een bestaande weg/bestaand pad aan te sluiten, tenzij zulks redelijkerwijs niet kan worden gevergd.

i        De bebouwde oppervlakte van de bij de mast behorende apparatuur bedraagt maximaal 20 m².

j        De hoogte van de bij de mast behorende apparatuurkast bedraagt maximaal 4 m.

 

 

Artikel 7                   Overige regels

7.1          Beschermingsregel bedrijfswoning

Een woning binnen het bestemmingsvlak ten behoeve van een (agrarisch of ander) bedrijf of functie wordt blijvend aangemerkt als bedrijfswoning bij dat bedrijf of die functie, ongeacht het feit of deze op andere wijze (als burgerwoning) wordt bewoond en/of (economisch/juridisch) in andere handen is overgegaan.


 

Hoofdstuk 4              Overgangs- en
slotregels

Artikel 8                   Overgangsrecht

8.1          Overgangsrecht bouwwerken

a      Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,

1      gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;

2      na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

b      Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%.

c       Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

 

8.2          Overgangsrecht gebruik

a      Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

b      Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

c       Indien het gebruik, bedoeld onder a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

d      Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.


Artikel 9                   Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:

 

Regels van het bestemmingsplan ‘Heusden behelp 13 (Camping De Peel) 2011’ van de gemeente Asten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rosmalen, 10 april 2012