direct naar inhoud van Artikel 8 Algemene afwijkingsregels
Plan: Asten woongebied Ommelseweg 2010
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0743.BP02010006-OW03

Artikel 8 Algemene afwijkingsregels

8.1 Algemeen

Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken conform het bepaalde in 8.2. dan wel conform het bepaalde in 8.3 tot en met 8.7 mits in artikel 3 tot en met artikel 5 hiernaar verwezen wordt.

8.2 Algemene regels tot afwijken

Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het plan ten aanzien van de bebouwing van niet voor "Wonen" bestemde gronden met gebouwen ten dienste van het openbare nut met een hoogte van niet meer dan 3,25 m en een inhoud van niet meer dan 50 m3;

onder de voorwaarden dat:

  • a. geen onevenredige nadelige gevolgen voor het woonmilieu ontstaan;
  • a. belangen van derden niet onevenredig worden geschaad.
8.3 Afwijking voor een aan huis gebonden beroep, aan huis gebonden bedrijf of ambachtelijk bedrijf

Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning van een specifieke gebruiksregel afwijken voor het uitoefenen van een aan huis gebonden beroep, aan huis gebonden bedrijf of ambachtelijk bedrijf, mits voldaan wordt aan de voorwaarden dat:

  • a. de (bedrijfs)activiteiten zich beperken tot een oppervlakte van maximaal 50 m² onder de voorwaarde dat de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft;
  • b. de activiteiten uitsluitend door de bewoner uitgevoerd worden;
  • c. de activiteiten qua aard en omvang passen in een woonomgeving waarbij de activiteiten geen ernstige of onevenredige hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doet aan het woonkarakter van de omgeving;
  • d. de activiteiten niet vergunningsplichtig zijn ingevolge de Wet milieubeheer;
  • e. het aan huis gebonden bedrijven betreft zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels of het bedrijfsactiviteiten betreffen van categorie 1-bedrijven volgens de toegesneden Staat van bedrijfsactiviteiten, die als bijlage 1 is opgenomen bij deze regels, dan wel naar oordeel van Burgemeester en wethouders daarmee vergelijkbare activiteiten;
  • f. er geen detailhandel ter plaatse plaatsvindt, anders dan ondergeschikt en inherent aan het toegestane gebruik;
  • g. het gebruik niet mag leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse;
  • h. belangen van derden niet onevenredig worden geschaad.
8.4 Afwijking voor het overschrijden van de toegestane oppervlakte aan bijgebouwen

Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken voor het realiseren van een groter dan het toegelaten oppervlak aan bijgebouwen, onder de voorwaarden dat:

  • a. de oppervlakte aan bijgebouwen met niet meer dan 20% wordt overschreden;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' mag het vlak voor niet meer dan 50% worden bebouwd;
  • c. sprake is van een CIZ-indicatie of daarmee vergelijkbare indicatie;
  • d. de noodzaak vanuit een goede of doelmatige functionele, stedenbouwkundige, bouwkundige of architectonische inpassing wordt aangetoond;
  • e. geen onevenredige nadelige gevolgen voor het woonmilieu ontstaan;
  • f. belangen van derden niet onevenredig worden geschaad.
8.5 Afwijking voor het overschrijden van de maximale hoogte van erfafscheidingen

Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken voor het realiseren van erfafscheidingen met een hoogte van maximaal 2,00 meter op een afstand van minder dan 1,00 meter uit de bestemming Verkeer onder de voorwaarden dat:

  • a. de erfafscheiding minimaal 1,00 meter achter de lijn in het verlengde van de feitelijke voorgevel van de woning (gelet op de oriëntatie van de woning en situering van de woning op het perceel) ligt;
  • b. gelet op de situering en/of wijze van uitvoering van de erfafscheiding, geen nadelige gevolgen voor de verkeersveiligheid ontstaan;
  • c. geen onevenredige nadelige gevolgen voor het woonmilieu ontstaan;
  • d. belangen van derden niet onevenredig worden geschaad;
8.6 Afwijking voor het realiseren van een mantelzorgvoorziening in een vrijstaand bijgebouw

Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken voor realisering van een mantelzorgvoorziening in een vrijstaand bijgebouw, onder de voorwaarden dat:

  • a. de mantelzorgvoorziening bedoeld is voor de huisvesting van één huishouden;
  • b. de behoefte aan mantelzorg aangetoond is;
  • c. er geen zelfstandige woning ontstaat;
  • d. het oppervlak van de mantelzorgvoorziening maximaal 80 m² bedraagt;
  • e. de mantelzorgvoorziening qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning;
  • f. de mantelzorgvoorziening niet leidt tot een onevenredige aantasting van de omgeving;
  • g. zodra de noodzaak van de mantelzorgvoorziening is komen te vervallen, het gebruik als woonruimte wordt beëindigd.
8.7 Afwijking voor het oprichten van bouwwerken op gronden met de dubbelbestemming Waarde – Archeologie

Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken voor het oprichten van bebouwing op gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie', onder de voorwaarden dat:

  • a. bebouwing mogelijk is op grond van de onderliggende bestemming;
  • b. bij het oprichten van bebouwing aan de vergunning de volgende regels verbonden zijn:
    • 1. de aanvrager een archeologisch onderzoek laat uitvoeren  door een deskundige/organisatie die werkt volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), waarvoor een archeologisch programma van eisen is opgesteld en
    • 2. technische maatregelen worden getroffen, waardoor archeologische resten in de bodem worden behouden en de aanvrager een rapport heeft overgelegd, waaruit blijkt dat de archeologische waarden van het terrein, naar het oordeel van Burgemeester en wethouders, niet worden verstoord of;
    • 3. de verplichting tot het doen van opgravingen, of
    • 4. de verplichting tot het uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek, gecombineerd met opgraving van de archeologisch relevante en (ter velde) als behoudenswaardig aangemerkte delen;
  • c. Burgemeester en wethouders deskundig archeologisch advies hebben ingewonnen bij een deskundige/organisatie die werkt volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).