direct naar inhoud van Artikel 3 Recreatie
Plan: Heusden Sengersbroekweg 9 (Sumiran) 2010
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0743.BP02010011-VS01

Artikel 3 Recreatie

3.1 Bestemmingsomschrijving
3.1.1 Algemeen

De voor Recreatie aangewezen gronden zijn bestemd voor de volgende recreatieve voorzieningen:

  • a. boerderijwinkel;
  • b. boerenterras;
  • c. bed & breakfast;
  • d. workshops;

alsmede voor:

  • e. agrarisch (grond)gebruik en productie en verwerking van agrarische producten ten behoeve van de recreatieve voorzieningen;
  • f. behoud, herstel en ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden van de binnen het bouwvlak gelegen bestaande gebouwen;
  • g. een bedrijfswoning;

een en ander met bijbehorende bouwwerken en voorzieningen.

3.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
a Boerderijwinkel

In de boerderijwinkel is de verkoop van streekgebonden producten en op het eigen bedrijf geproduceerde en verwerkte agrarische producten toegestaan.

Ten behoeve van de detailhandel is een verkoopvloeroppervlak van maximaal 25 m2toegestaan.

b Boerenterras

Op het boerenterras is het verstrekken van voedsel en dranken in de vorm van streekgebonden producten en op het eigen bedrijf geproduceerde en verwerkte agrarische producten toegestaan voor consumptie ter plaatse.

c Bed & breakfast

Ten behoeve van bed & breakfast zijn maximaal 10 (éénpersoons)bedden toegestaan.

d Parkeren

Parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden.

3.2 Bouwregels
3.2.1 Toegestane bebouwing

Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken ten behoeve van de in 3.1 toegestane activiteiten, met inbegrip van één bedrijfswoning met bijbehorende bijgebouwen.

3.2.2 Bouwvlak

Gebouwen dienen aan het volgende te voldoen:

  • a. gebouwen en verhardingen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak;
  • b. de totale oppervlakte van gebouwen binnen het bouwvlak mag niet meer dan de bestaande oppervlakte bedragen;
  • c. de goot- en bouwhoogte van gebouwen binnen het bouwvlak mogen niet meer bedragen dan de bestaande goot- en bouwhoogte.
3.2.3 Gebouwen buiten bouwvlak

In afwijking van het bepaalde in 3.2.2 onder a. is buiten het bouwvlak het oprichten van een bedrijfsgebouwtje toegestaan met een oppervlakte van maximaal 25 m2, een goothoogte van maximaal 3 m en een bouwhoogte van maximaal 5,5 m.

3.2.4 Verhardingen buiten het bouwvlak

In afwijking van het bepaalde in 3.2.2 onder a. zijn de volgende verhardingen buiten het bouwvlak toegestaan:

  • a. verhardingen ten behoeve van het boerenterras met een totale oppervlakte van maximaal 40 m2;
  • b. verhardingen ten behoeve van parkeervoorzieningen met een totale oppervlakte van maximaal 250 m2.
3.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De maatvoering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is als volgt:

bouwwerken, geen gebouwen zijnde   maximaal  
bouwhoogte erfafscheidingen voor voorgevel (en het verlengde daarvan) van hoofdgebouw   1 m  
bouwhoogte erfafscheidingen achter voorgevel (en het verlengde daarvan) van hoofdgebouw   2 m  
bouwhoogte carports/ overkappingen   3 m  
oppervlakte carports/ overkappingen   20 m2  
bouwhoogte lichtmasten   9 m  
bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde   6 m  

3.3 Specifieke gebruiksregels

Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval begrepen het gebruiken van gronden of bouwwerken:

  • a. voor het opslaan, storten of bergen van materialen, voorwerpen en producten, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  • b. voor woondoeleinden, met uitzondering van de toegestane bedrijfswoning;
  • c. voor permanente bewoning van kampeermiddelen met inbegrip van stacaravans;
  • d. (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte;
  • e. voor een seksinrichting.
3.4 Afwijken van de gebruiksregels
3.4.1 Afhankelijke woonruimte

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.3 onder d., en toestaan dat een bijgebouw bij een woning wordt gebruikt als afhankelijke woonruimte, mits:

  • a. een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit een oogpunt van mantelzorg;
  • b. het gebruik als afhankelijke woonruimte uitsluitend plaatsvindt in een deel van het hoofdgebouw, of in een vrijstaand dan wel een aangebouwd bijgebouw;
  • c. de oppervlakte die wordt gebruikt als afhankelijke woonruimte, niet meer bedraagt dan de maximaal toegestane gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen tot een maximum van 80 m2;
  • d. de omgevingsvergunning mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 3.1. omschreven doeleinden;
  • e. het bevoegd gezag is bevoegd een verleende omgevingsvergunning voor het gebruik van een bijgebouw als afhankelijke woonruimte in te trekken, indien niet (meer) wordt voldaan aan bovenstaande voorwaarden.
3.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
3.5.1 Sloopverbod

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag (delen van) de bestaande gebouwen binnen het bouwvlak te slopen.

3.5.2 Uitzonderingen

Het onder 3.5.1. vervatte verbod geldt niet voor de werken of werkzaamheden:

  • a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan aanleg- of omgevingsvergunning is verleend;
  • b. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren en waarvoor tot het van kracht worden van het plan geen aanleg- of omgevingsvergunning vereist was;
  • c. welke betreffen het normale onderhoud, beheer en gebruik.
3.5.3 Toetsing

De in 3.5.1. genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien door de werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige afbreuk wordt toegebracht aan de te beschermen architectonische of cultuurhistorische waarden. Dienaangaande wordt advies ingewonnen bij een onafhankelijk terzake deskundige.