| Plan: | Heusden Sengersbroekweg 9 (Sumiran) 2010 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0743.BP02010011-VS01 |
De voor Recreatie aangewezen gronden zijn bestemd voor de volgende recreatieve voorzieningen:
alsmede voor:
een en ander met bijbehorende bouwwerken en voorzieningen.
In de boerderijwinkel is de verkoop van streekgebonden producten en op het eigen bedrijf geproduceerde en verwerkte agrarische producten toegestaan.
Ten behoeve van de detailhandel is een verkoopvloeroppervlak van maximaal 25 m2toegestaan.
Op het boerenterras is het verstrekken van voedsel en dranken in de vorm van streekgebonden producten en op het eigen bedrijf geproduceerde en verwerkte agrarische producten toegestaan voor consumptie ter plaatse.
Ten behoeve van bed & breakfast zijn maximaal 10 (éénpersoons)bedden toegestaan.
Parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden.
Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken ten behoeve van de in 3.1 toegestane activiteiten, met inbegrip van één bedrijfswoning met bijbehorende bijgebouwen.
Gebouwen dienen aan het volgende te voldoen:
In afwijking van het bepaalde in 3.2.2 onder a. is buiten het bouwvlak het oprichten van een bedrijfsgebouwtje toegestaan met een oppervlakte van maximaal 25 m2, een goothoogte van maximaal 3 m en een bouwhoogte van maximaal 5,5 m.
In afwijking van het bepaalde in 3.2.2 onder a. zijn de volgende verhardingen buiten het bouwvlak toegestaan:
De maatvoering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is als volgt:
| bouwwerken, geen gebouwen zijnde | maximaal |
| bouwhoogte erfafscheidingen voor voorgevel (en het verlengde daarvan) van hoofdgebouw | 1 m |
| bouwhoogte erfafscheidingen achter voorgevel (en het verlengde daarvan) van hoofdgebouw | 2 m |
| bouwhoogte carports/ overkappingen | 3 m |
| oppervlakte carports/ overkappingen | 20 m2 |
| bouwhoogte lichtmasten | 9 m |
| bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde | 6 m |
Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval begrepen het gebruiken van gronden of bouwwerken:
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.3 onder d., en toestaan dat een bijgebouw bij een woning wordt gebruikt als afhankelijke woonruimte, mits:
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag (delen van) de bestaande gebouwen binnen het bouwvlak te slopen.
Het onder 3.5.1. vervatte verbod geldt niet voor de werken of werkzaamheden:
De in 3.5.1. genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien door de werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige afbreuk wordt toegebracht aan de te beschermen architectonische of cultuurhistorische waarden. Dienaangaande wordt advies ingewonnen bij een onafhankelijk terzake deskundige.