direct naar inhoud van Artikel 5 Wonen
Plan: Heusden Antoniusstraat 47 2011
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0743.BP02011005-OW01

Artikel 5 Wonen

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor woningen al dan niet in combinatie met aan huis verbonden beroepen, een en ander met de bijbehorende voorzieningen, zoals tuinen en erven, waarbij per bestemmingsvlak maximaal één woning is toegestaan.

5.2 Bouwregels
5.2.1 Algemeen
  • a. Uitsluitend mogen worden opgericht bouwwerken ten dienste van de bestemming, zoals woningen met bijgebouwen en bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • b. Woningen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden opgericht.

5.2.2 Maatvoeringseisen woning

De woning dient te voldoen aan de volgende maatvoeringseisen:

WONING   MINIMAAL   MAXIMAAL  
GOOTHOOGTE   n.v.t.   3,5 meter  
(NOK)HOOGTE   n.v.t.   8 meter  
INHOUD   n.v.t.   600 m³ (inclusief aangebouwde bijgebouwen). Indien de bestaande inhoud van een woning inclusief aangebouwde bijgebouwen meer bedraagt dan 600 m³, mag de inhoud van de woning niet meer bedragen dan de bestaande inhoud. Indien de woning een bestaande woonboerderij betreft, geldt de inhoud van het hele bestaande boerderijlichaam/bouwmassa als maximum.  

5.2.3 Maatvoeringseisen bijgebouwen

Voor vrijstaande bijgebouwen gelden de volgende maatvoeringseisen:

VRIJSTAANDE BIJGEBOUWEN BIJ WONING   MINIMAAL   MAXIMAAL  
AFSTAND TOT DE PERCEELSGRENS   3 meter   n.v.t.  
KORTSTE AFSTAND TOT DE AS VAN DE OPENBARE WEG   15 meter   n.v.t  
GEZAMENLIJKE OPPERVLAKTE PER WONING   n.v.t.   80 m²  
GOOTHOOGTE   n.v.t.   3 meter. Indien het bijgebouw een aangebouwd bijgebouw betreft in het verlengde van het woongedeelte en een geïntegreerde eenheid (bouwkarakteristiek waarbij woon- en bijgebouwgedeelte aan elkaar verbonden zijn) met de woning vormt, dan is een goothoogte gelijk aan de woning toegestaan.  
(NOK)HOOGTE   n.v.t.   5,5 meter. Indien het bijgebouw een aangebouwd bijgebouw betreft in het verlengde van het woongedeelte en een geïntegreerde eenheid (bouwkarakteristiek waarbij woon- en bijgebouwgedeelte aan elkaar verbonden zijn) met de woning vormt, dan is een nokhoogte gelijk aan de woning toegestaan.  
AFSTAND TOT DE VOORGEVEL (EN HET VERLENGDE DAARVAN) VAN WONING   5 meter. Indien het bijgebouw een aangebouwd bijgebouw betreft in het verlengde van het woongedeelte en een geïntegreerde eenheid (bouwkarakteristiek waarbij woon- en bijgebouwgedeelte aan elkaar verbonden zijn) met de woning vormt, dan dient het bijgebouw in het verlengde van de voorgevel van de woning te worden opgericht.   n.v.t.  
AFSTAND BIJGEBOUWEN TOT WONING   1,5 meter. Indien het bijgebouw een aangebouwd bijgebouw betreft in het verlengde van het woongedeelte en een geïntegreerde eenheid (bouwkarakteristiek waarbij woon- en bijgebouwgedeelte aan elkaar verbonden zijn) met de woning vormt, dan hoeft er geen minimale afstand van het bijgebouw tot de woning gehanteerd te worden.   25 meter  

5.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende maatvoeringseisen:

BOUWWERKEN GEEN GEBOUWEN ZIJNDE   MINIMAAL   MAXIMAAL  
AFSTAND TOT DE PERCEELSGRENS   3 meter   n.v.t.  
KORTSTE AFSTAND TOT DE AS VAN DE OPENBARE WEG   15 meter   n.v.t.  
HOOGTE ERFAFSCHEIDINGEN   Voor voorgevellijn: maximaal 1 meter;
Overige: maximaal 2 meter  
HOOGTE VAN CARPORTS C.Q. OVERKAPPINGEN   n.v.t.   3 meter  
OPPERVLAKTE VAN CARPORTS C.Q. OVERKAPPINGEN   n.v.t.   20 m²  
HOOGTE OVERIGE BOUWWERKEN GEEN GEBOUW ZIJNDE   n.v.t.   6 meter  

5.2.5 Herbouw

Herbouw van bestaande woningen is, voorzover het de situering van de woning betreft, uitsluitend toegestaan indien en voorzover:

  • a. de herbouw grotendeels plaatsvindt op de (voorzover aanwezig) bestaande fundamenten;
  • b. de voorgevel van de te herbouwen woning wordt geplaatst in de (voormalige) voorgevelrooilijn;
  • c. de bouwwijze (d.w.z. vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen woning(en) niet afwijkt van de bouwwijze van de oorspronkelijke woning(en);
  • d. het bepaalde in 5.2.2, 5.2.3 en 5.2.4 in acht wordt genomen.

5.3 Specifieke gebruiksregels
5.3.1 Aan huis verbonden beroep

De uitoefening van een aan huis verbonden beroep als bedoeld in artikel 5.1 is toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn:

  • a. de omvang van de activiteit bedraagt niet meer dan 40% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woonbebouwing tot een maximum van 80 m²;
  • b. het gebruik heeft geen nadelige invloed op de normale afwikkeling van verkeer;
  • c. parkeren vindt op eigen terrein plaats;
  • d. detailhandel vindt alleen plaats ondergeschikt aan en in direct verband met het aan huis verbonden beroep;
  • e. de activiteit is milieuhygiënisch inpasbaar in de woonomgeving;
  • f. de activiteit wordt uitgeoefend door de hoofdbewoner.

5.3.2 Strijdig gebruik

Als met de bestemming strijdig gebruik geldt in ieder geval het gebruik van gronden en/of opstallen voor:

  • a. het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- en verwerken van producten;
  • b. detailhandel anders dan omschreven in artikel 5.3.1 onder d;
  • c. verblijfsrecreatie;
  • d. seksinrichtingen;
  • e. gebruik van vrijstaande bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte.

5.4 Afwijken van de gebruiksregels
5.4.1 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van afhankelijke woonruimte

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5.3.2 onder e en toestaan dat een bijgebouw bij een woning wordt gebruikt als afhankelijke woonruimte, mits:

  • a. een dergelijke bewoning noodzakelijk is uit een oogpunt van mantelzorg;
  • b. het gebruik als afhankelijke woonruimte vindt uitsluitend plaats in een deel van het hoofdgebouw, of in een vrijstaand dan wel aaneengebouwd bijgebouw;
  • c. de oppervlakte die wordt gebruikt als afhankelijke woonruimte, niet meer bedraagt dan de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen tot een maximum van 80 m²;
  • d. de verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot een onevenredige aantasting van de in artikel 5.1 omschreven doeleinden;

Het bevoegd gezag kan een verleende omgevingsvergunning voor het gebruik van een bijgebouw als afhankelijke woonruimte in trekken, indien niet (meer) wordt voldaan aan bovenstaande voorwaarden.

5.4.2 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van bed & breakfast

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5.3.2 onder c teneinde als nevenactiviteit bij een woning, bed & breakfast voorzieningen en dergelijke toe te staan, mits:

  • a. bed & breakfast plaats vindt in de woning en de daarbij behorende bijgebouwen;
  • b. de gebruiksruimte voor bed & breakfast niet meer dan 80 m² bedraagt, met een maximum van 10 (eenpersoons)bedden;
  • c. de verkeersaantrekkende werking van de nevenactiviteit is afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie;
  • d. op eigen terrein wordt voorzien in de parkeerbehoefte;
  • e. het gebruik niet leidt tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving;
  • f. de verlening van de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de in artikel 5.1 omschreven bestemmingsdoeleinden.