direct naar inhoud van Artikel 3 Wonen
Plan: Ommel Deurneseweg 24 2012
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0743.BP02012003-OW01

Artikel 3 Wonen

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. woningen al dan niet in combinatie met aan huis verbonden beroepen een en ander met de bijbehorende voorzieningen, zoals tuinen en erven, waarbij per bestemmingsvlak maximaal één woning is toegestaan;
  • b. de ontwikkeling en het behoud van landschapselementen ter plaatse van de op de verbeelding opgenomen aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landschapselement'.

3.2 Bouwregels
3.2.1 Algemeen

Wanneer op de verbeelding een bouwvlak is opgenomen dient de woning te worden gebouwd binnen het bouwvlak met inachtneming van de maatvoeringseisen zoals opgenomen in onderhavig artikel. Wanneer op de verbeelding geen bouwvlak is opgenomen, mag de woning binnen het gehele bestemmingsvlak worden gebouwd, met inachtneming van de maatvoeringseisen zoals in dit artikel opgenomen.

3.2.2 Maatvoeringseisen woning

De woning dient te voldoen aan de volgende maatvoeringseisen:

WONING   MINIMAAL   MAXIMAAL  
AFSTAND TOT DE PERCEELSGRENS   3 m   n.v.t.  
KORTSTE AFSTAND VAN DE VOORGEVEL TOT DE AS VAN DE OPENBARE WEG   15 m   n.v.t.  
AFSTAND TOT DE ALS "ONVERHARDE WEG" AANGEDUIDE WEG   15 m   n.v.t.  
GOOTHOOGTE   n.v.t.   3,5 m  
(NOK)HOOGTE   n.v.t.   9 m  
INHOUD   Maximaal 600 m³ (inclusief aaneengebouwde bijgebouwen), tenzij het bestemmingsvlak op de verbeelding de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte' heeft, alsdan is een maximale inhoud van het hoofdgebouw (inclusief aaneengebouwde bijgebouwen) van 1.000 m³ toegestaan.  

3.2.3 Maatvoeringseisen vrijstaande bijgebouwen

Voor vrijstaande bijgebouwen gelden de volgende maatvoeringseisen:

VRIJSTAANDE BIJGEBOUWEN BIJ WONING   MINIMAAL   MAXIMAAL  
AFSTAND TOT DE PERCEELSGRENS   3 m   n.v.t.  
KORTSTE AFSTAND TOT DE AS VAN DE OPENBARE WEG   15 m   n.v.t  
GEZAMENLIJKE OPPERVLAKTE PER WONING   n.v.t.   80 m²  
GOOTHOOGTE   n.v.t.   3 m  
(NOK)HOOGTE   n.v.t.   5,5 m  
AFSTAND TOT DE VOORGEVEL (EN HET VERLENGDE DAARVAN) VAN WONING   5 m   n.v.t.  
AFSTAND BIJGEBOUWEN TOT WONING   1,5 m   25 m  

3.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende maatvoeringseisen:

BOUWWERKEN GEEN GEBOUWEN ZIJNDE   MINIMAAL   MAXIMAAL  
AFSTAND TOT DE PERCEELSGRENS   3 m   n.v.t.  
KORTSTE AFSTAND TOT DE AS VAN DE OPENBARE WEG   15 m   n.v.t.  
HOOGTE ERFAFSCHEIDINGEN   Voor voorgevellijn: maximaal 1 m;
Overige: maximaal 2 m  
HOOGTE VAN CARPORTS C.Q. OVERKAPPINGEN   n.v.t.   3 m  
OPPERVLAKTE VAN CARPORTS C.Q. OVERKAPPINGEN   n.v.t.   20 m²  
HOOGTE OVERIGE BOUWWERKEN GEEN GEBOUW ZIJNDE   n.v.t.   6 m  

3.2.5 Bouwen met dove gevels en geluidgevoelige ruimten

Bij het bouwen van een woning en geluidgevoelige functies binnen bijgebouwen conform onderhavige regels dienen gevels als doof te worden uitgevoerd conform het "Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (fase 1) Deurneseweg 24 Ommel" opgesteld door Tritium Advies B.V.- d.d. 1 augustus 2011 dat als bijlage bij onderhavige regels is gevoegd.

3.3 Afwijken van de bouwregels
3.3.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van de minimum afstand tot de weg/perceelsgrens

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2, teneinde de bouw van het hoofdgebouw op een kortere as van de weg toe te staan en/of de voorgeschreven minimum afstand tot een perceelsgrens te verkleinen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • a. de noodzaak vanuit een doelmatige perceelsinrichting en/of de uitbreiding van of aansluiting op aanwezige bebouwing met een reeds op deze punten afwijkende maatvoering is aanwezig;
  • b. er vinden geen onevenredige verkeerskundige belemmeringen plaats;
  • c. er blijft voldoende parkeerruimte op eigen erf aanwezig;
  • d. de wegbeheerder wordt gehoord;
  • e. de stedenbouwkundige structuur wordt niet onevenredig aangetast;
  • f. aangetoond wordt dat de externe veiligheid kan worden gewaarborgd;
  • g. de verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige aantasting van de onder 3.1 omschreven doeleinden;
  • h. indien het een woning of ander geluidsgevoelig object betreft, wordt voldaan aan de Wet geluidhinder.

3.4 Specifieke gebruiksregels
3.4.1 Aan huis verbonden beroep

De uitoefening van een aan huis verbonden beroep als bedoeld in artikel 3.1 is toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn:

  • a. de omvang van de activiteit bedraagt niet meer dan 40% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woonbebouwing tot een maximum van 80 m²;
  • b. het gebruik heeft geen nadelige invloed op de normale afwikkeling van verkeer;
  • c. parkeren vindt op eigen terrein plaats;
  • d. detailhandel vindt alleen plaats ondergeschikt aan en in direct verband met het aan huis verbonden beroep;
  • e. de activiteit is milieuhygiënisch inpasbaar in de woonomgeving;
  • f. de activiteit wordt uitgeoefend door de hoofdbewoner.

3.4.2 Landschapselement

Het gebruik van de woningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte' is toegestaan nadat de op de verbeelding opgenomen landschapselementen zijn aangelegd.

3.4.3 Verboden gebruik

Als met de bestemming strijdig gebruik geldt in ieder geval het gebruik van gronden en/of opstallen voor:

  • a. het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- en verwerken van producten;
  • b. detailhandel anders dan omschreven in artikel 3.4.1 onder d;
  • c. verblijfsrecreatie;
  • d. seksinrichtingen;
  • e. gebruik van vrijstaande bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte.

3.5 Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van mantelzorg

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.4.3 onder e en toestaan dat een bijgebouw bij een woning wordt gebruikt als afhankelijke woonruimte, mits:

  • a. een degelijke bewoning noodzakelijk is uit een oogpunt van mantelzorg;
  • b. het gebruik als afhankelijke woonruimte vindt uitsluitend plaats in een deel van het hoofdgebouw, of in een vrijstaand dan wel aaneengebouwd bijgebouw;
  • c. de oppervlakte die wordt gebruikt als afhankelijke woonruimte, niet meer bedraagt dan de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen tot een maximum van 80 m²;
  • d. de verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot een onevenredige aantasting van de in artikel 3.1 omschreven doeleinden;

Het bevoegd gezag kan een verleende omgevingsvergunning voor het gebruik van een bijgebouw als afhankelijke woonruimte in trekken, indien niet (meer) wordt voldaan aan bovenstaande voorwaarden.

3.5.2 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van bed & breakfast

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.4.3 onder c teneinde als nevenactiviteit bij een woning, bed & breakfast voorzieningen en dergelijke toe te staan, mits:

  • a. bed & breakfast plaats vindt in de woning en de daarbij behorende bijgebouwen;
  • b. de gebruiksruimte voor bed & breakfast niet meer dan 80 m² bedraagt, met een maximum van 10 (eenpersoons)bedden;
  • c. de verkeersaantrekkende werking van de nevenactiviteit is afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie;
  • d. op eigen terrein wordt voorzien in de parkeerbehoefte;
  • e. het gebruik niet leidt tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving;
  • f. de verlening van de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de artikel 3.1 omschreven bestemmingsdoeleinden.

3.5.3 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van een minicamping

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.4.3 onder c teneinde kleinschalig kamperen en de daarvoor noodzakelijke voorzieningen, zoals sanitaire voorzieningen toe te staan, waarbij aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • a. slechts kampeermiddelen zijn toegestaan met een niet-permanent karakter (tenten, tentwagens, kampeerauto's, campers en toercaravans);
  • b. er zijn maximaal 25 kampeerplaatsen per minicamping toegestaan;
  • c. de reeds toegestane totale oppervlakte aan bijgebouwen van 80 m² mag ten behoeve van voorzieningen ten behoeve van kleinschalig kamperen worden vergroot tot maximaal 130 m², met dien verstande dat de oppervlakte van bouwwerken, ten behoeve van kleinschalig kamperen maximaal 50 m² mag bedragen en de goot- en nokhoogte respectievelijk 3 meter en maximaal 5,5 meter mag bedragen;
  • d. de voorzieningen worden, voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is, gerealiseerd binnen de bestaande bebouwing, of anders aansluitend aan de bestaande bebouwing;
  • e. er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; daartoe dient een erfbeplantingsplan te worden overlegd;
  • f. de verkeersaantrekkende werking van de nevenactiviteit dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie;
  • g. er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte;
  • h. het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven;
  • i. de afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 3.1 omschreven doeleinden.