direct naar inhoud van Artikel 4 Bedrijf
Plan: Ommel Kloosterstraat 35 2011
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0743.BP02011006-VS01

Artikel 4 Bedrijf

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. één niet-agrarisch bedrijf met 1 bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken en voorzieningen;
  • b. buitenopslag ten dienste van de onder 4.4.1 genoemde bedrijvigheid ter plaatse van de op de verbeelding opgenomen aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - buitenopslag'.

4.2 Bouwregels
4.2.1 Algemeen
  • a. Bedrijfswoningen mogen uitsluitend worden opgericht ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning';
  • b. Bedrijfsgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden opgericht.

4.2.2 Maatvoeringseisen bedrijfsgebouwen

De bedrijfsgebouwen dienen te voldoen aan de volgende maatvoeringseisen:

BEDRIJFSGEBOUWEN   MINIMAAL   MAXIMAAL  
OPPERVLAKTE   n.v.t.   400 m²  
GOOTHOOGTE   n.v.t.   5,5 meter  
(NOK)HOOGTE   n.v.t.   10 meter  

4.2.3 Maatvoeringseisen bedrijfswoning

De bedrijfswoning dient te voldoen aan de volgende maatvoeringseisen:

BEDRIJFSWONING   MINIMAAL   MAXIMAAL  
GOOTHOOGTE   n.v.t.   5,5 meter  
(NOK)HOOGTE   n.v.t.   10 meter  
INHOUD   n.v.t.   Maximaal 750 m³ (inclusief aaneengebouwde bijgebouwen) tenzij de bestaande inhoud van de bestaande woning reeds meer bedraagt, welke inhoud dan als maximum geldt.  

4.2.4 Maatvoeringseisen vrijstaande bijgebouwen bij bedrijfswoning

De vrijstaande bijgebouwen bij de bedrijfswoning dienen te voldoen aan de volgende maatvoeringseisen:

VRIJSTAANDE BIJGEBOUWEN BIJ BEDRIJFSWONING   MINIMAAL   MAXIMAAL  
AFSTAND TOT DE PERCEELSGRENS   3 meter   n.v.t.  
KORTSTE AFSTAND TOT DE AS VAN DE OPENBARE WEG   30 meter   n.v.t.  
KORTSTE AFSTAND TOT DE AS VAN DE WEG N279   50 meter   n.v.t.  
GEZAMENLIJKE OPPERVLAKTE PER WONING   n.v.t.   80 m²  
GOOTHOOGTE   n.v.t.   3 meter  
(NOK)HOOGTE   n.v.t.   5,5 meter  
AFSTAND TOT DE VOORGEVEL (EN HET VERLENGDE DAARVAN) VAN BEDRIJFSWONING   5 meter   n.v.t.  
AFSTAND BIJGEBOUWEN TOT BEDRIJFSWONING   1,5 meter   25 meter  

4.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dienen te voldoen aan de volgende maatvoeringseisen:

BOUWWERKEN GEEN GEBOUWEN ZIJNDE   MINIMAAL   MAXIMAAL  
AFSTAND TOT DE PERCEELSGRENS   3 meter   n.v.t.  
KORTSTE AFSTAND TOT DE AS VAN DE OPENBARE WEG   30 meter   n.v.t.  
KORTSTE AFSTAND TOT DE AS VAN DE WEG N279   50 meter   n.v.t.  
HOOGTE ERFAFSCHEIDINGEN   Voor voorgevellijn: maximaal 1 meter;
Overige: maximaal 2 meter  
HOOGTE VAN CAPPORTS C.Q. OVERKAPPINGEN   n.v.t.   3 meter  
OPPERVLAKTE VAN CARPORTS C.Q.OVERKAPPINGEN   n.v.t.   20 m²  
HOOGTE OVERIGE BOUWWERKEN, GEEN GEBOUWEN ZIJNDE   n.v.t.   6 meter  

4.3 Afwijken van de bouwregels
4.3.1 Afwijken van de bouwregels met betrekking tot minimum afstand tot de weg/perceelsgrens

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.1 onder a teneinde de bouw van het hoofdgebouw op een kortere as van de weg toe te staan en/of de voorgeschreven minimum afstand tot een perceelsgrens te verkleinen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • a. de noodzaak vanuit een doelmatige perceelsinrichting en/of de uitbreiding van of aansluiting op aanwezige bebouwing met een reeds op deze punten afwijkende maatvoering is aanwezig;
  • b. er vinden geen onevenredige verkeerskundige belemmeringen plaats;
  • c. er blijft voldoende parkeerruimte op eigen erf aanwezig;
  • d. de wegbeheerder wordt gehoord;
  • e. de stedenbouwkundige structuur wordt niet onevenredig aangetast;
  • f. aangetoond wordt dat de externe veiligheid kan worden gewaarborgd;
  • g. de verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige aantasting van de onder 4.1omschreven doeleinden.

4.4 Specifieke gebruiksregels
4.4.1 Staat van niet-agrarische bedrijven

Op gronden met deze bestemming is uitsluitend het bedrijf toegestaan genoemd in de navolgende Staat van niet-agrarische bedrijven:

categorie   bedrijf   adres   aantal bedrijfswoningen   maximale oppervlakte bebouwing in m²  
overig bedrijf   bestratingsbedrijf   Kloosterstraat 35   1   400 m²  

4.4.2 Aan huis verbonden beroep

De uitoefening van een aan huis verbonden beroep is toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie in de bedrijfswoning, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn:

  • a. de omvang van de activiteit bedraagt niet meer dan 40% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woonbebouwing tot een maximum van 80 m²;
  • b. het gebruik heeft geen nadelige invloed op de normale afwikkeling van verkeer;
  • c. parkeren vindt op eigen terrein plaats;
  • d. detailhandel vindt alleen plaats ondergeschikt aan en in direct verband met het aan huis verbonden beroep;
  • e. de activiteit is milieuhygiënisch inpasbaar in de woonomgeving;
  • f. de activiteit wordt uitgeoefend door de hoofdbewoner.

4.4.3 Verboden gebruik

Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende opstallen te gebruiken of in gebruik te geven of te laten voor een doel of op een wijze strijdig met deze bestemming. Als strijdig gebruik geldt in ieder geval gebruik van de gronden en/of opstallen:

  • a. voor bedrijvigheid anders dan genoemd in 4.4.1;
  • b. voor het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten, tenzij dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik en plaatsvindt binnen het bouwvlak of de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - buitenopslag';
  • c. voor detailhandel anders dan omschreven onder artikel 4.4.2 onder d;
  • d. voor (ondersteunende) horeca;
  • e. (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte;
  • f. voor een seksinrichting.

4.5 Afwijken van de specifieke gebruiksregels
4.5.1 Afwijken van de specifieke gebruiksregels ten behoeve van afhankelijke woonruimte

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.4.3 onder e en toestaan dat een bijgebouw bij een woning wordt gebruikt als afhankelijke woonruimte, mits:

  • a. een dergelijke bewoning noodzakelijk is uit een oogpunt van mantelzorg;
  • b. het gebruik als afhankelijke woonruimte uitsluitend plaatsvindt in een deel van het hoofdgebouw, of in een vrijstaand dan wel aaneengebouwd bijgebouw;
  • c. de oppervlakte die wordt gebruikt als afhankelijke woonruimte, niet meer bedraagt dan de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen tot een maximum van 80 m²;
  • d. de verlening van de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de in artikel 4.1 omschreven doeleinden;
  • e. er geen onevenredige verkeerskundige belemmeringen plaatsvindt;
  • f. er voldoende parkeerruimte op eigen erf aanwezig blijft;
  • g. de stedenbouwkundige structuur niet onevenredig wordt aangetast;
  • h. aangetoond wordt dat de externe veiligheid kan worden gewaarborgd;

Het bevoegd gezag kan een verleende omgevingsvergunning voor het gebruik van een bijgebouw als afhankelijke woonruimte intrekken, indien niet (meer) wordt voldaan aan bovenstaande voorwaarden.

4.6 Wijzigingsbevoegdheid
4.6.1 Wijziging naar andere vorm van niet-agrarisch bedrijf

Het bevoegd gezag kan de bestemming wijzigen teneinde een andere dan in de onder 4.4.1opgenomen Staat van niet-agrarische bedrijven voor het desbetreffende perceel voorgeschreven niet-agrarische bedrijvigheid toe te staan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. aangetoond dient te worden dat er sprake is van een ruimtelijke en milieukundige verbetering; een ruimtelijke en milieukundige verbetering betekent dat er een afname van bebouwing (niet zijnde gemeentelijke monument of een rijksmonument dan wel woonboerderijpand) plaatsvindt alsmede een visueel ruimtelijke verbetering van de situatie en/of een vermindering van de milieubelasting;
  • b. er mag geen opslag buiten de gebouwen plaatsvinden;
  • c. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie;
  • d. een tweede bedrijfswoning is niet toegestaan;
  • e. voldaan moet worden aan de maatvoeringseisen uit 4.2;
  • f. de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dieren welzijnswetgeving;
  • g. detailhandel is niet toegestaan behoudens voor zover zulks in ondergeschikte vorm noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik;
  • h. er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; daartoe dient een erfbeplantingsplan te worden overlegd;
  • i. uit een over te leggen onderzoek dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie.